Instrumenten waarop les genomen kan worden zijn:
de hobo
de hobo d’amore
de althobo
de sopranino
de sopraanblokfluit
de altblokfluit
de tenorblokfluit
Hobo
Voor omschrijving van de hobo wordt verwezen naar de pagina: Over de hobo.
Althobo
Er kan ook althoboles worden gegeven, maar dan is het een vereiste, dat je al hobo kunt spelen. De althobo is groter en klinkt vijf tonen (kwint) lager dan de
gewone hobo. Hij staat bekend om zijn diepe, donkere klank en hij geeft nog net dat extra stukje weemoed aan de toch al zo gevoelige hoboklank.
Hobo d’amore
De hobo d’amore heeft ook een lagere klank dan de gewone hobo. De stemming is 3 tonen (kleine terts) lager dan de hogere versie. Het uiteinde van het
instrument wordt gekenmerkt door een bolle beker, die in de volksmond "peer" wordt genoemd. Deze beker vinden we ook bij de althobo. Ook dit instrument
heeft een heel tedere, intieme klank.
Blokfluit
De blokfluit is een oud instrument, dat in de riddertijd al werd gebruikt om bij voorbeeld dansmuziek op te spelen, of pauzemuziek voor rondtrekkende
troubadours.
Na het jaar 1300 ging men in de kerk met blokfluit-ensembles het zingen begeleiden. Zo’n ensemble bestond dan uit bij voorbeeld de sopraan-, de alt-, de
tenor- en de basblokfluit. De muziek klonk als het geluid van een orgeltje.
In de pruikentijd was het voor de adellijke stand mode om in ieder geval één instrument te bespelen of om goed te kunnen zingen. De altblokfluit was toen erg
populair.
Zo rond 1750 ging men concerten organiseren die zo in de belangstelling stonden, dat er steeds grotere zalen nodig waren om alle bezoekers een plaats te
kunnen bieden. Daardoor had men ook orkesten nodig met een groter volume. Dit was oorzaak waarom de orkesten groter werden. De blokfluit werd vervangen
door andere houtblaasinstrumenten, die meer volume konden produceren, zoals o.a. de hobo, de dwarsfluit en de fagot. De blokfluit werd steeds minder
gebruikt.
Pas na 1930 begonnen mensen weer blokfluit te spelen en er werd weer nieuwe muziek voor blokfluit geschreven. Er bestaat veel muziek voor blokfluit in heel
verschillende genres: heel oude, middeleeuwse, barok-, klassieke, pop-, volks- en filmmuziek.
Sopranino
Dit instrument klinkt vier tonen hoger dan de sopraanblokfluit en wordt veel gebruikt samen met de andere versies van de blokfluit. Het noten lezen is gelijk aan
het spelen op de altblokfluit.
Sopraanblokfluit
Op dit instrument wordt meestal begonnen door beginnende blokfluitspelers en staat in C, wat wil zeggen dat de laagste toon de C is.
Altblokfluit
Deze fluit wordt erg veel gebruikt bij solo stukken of met begeleiding van een orgel of andere instrumenten. De klank is erg rond en mild. Het instrument klinkt
vijf tonen lager dan de sopraanblokfluit en het noten lezen is anders dan bij de sopraan- of de tenorfluit, die beide in C staan. De altblokfluit en de sopranino
staan in F.
Tenorblokfluit
Deze fluit wordt vaak gebruikt in speciale solostukken, maar meestal is het de diepe, warme stem in een ensemble. Het instrument staat in C, wat wil zeggen
dat de noten hetzelfde genoteerd staan als voor de sopraanblokfluit.
Les
Vaak wordt op jonge leeftijd al begonnen met het spelen op de sopraanblokfluit, vooral wanneer de handen nog niet groot genoeg zijn voor het bespelen van
een ander instrument. Naast het leren spelen op de blokfluit leer je bij voorbeeld ook hoe je noten kunt lezen of hoe je zelf melodietjes kunt schrijven en spelen.
Het samenspelen met anderen en het thuis oefenen horen ook tot de onderwerpen tijdens de lessen. Ook ouderen kunnen veel plezier beleven aan het spelen
op de blokfluit, omdat het blazen niet moeilijk is.
In de lessen wordt aandacht besteed aan het spelen op je eigen instrument en ook aan het samenspel in groepjes, wanneer dat gewenst is.